Om 7 uur zijn we richting de grens gaan rijden en op een half uur voor de grens hebben we de auto langs de weg geparkeerd. Daar gewacht op 6 franse campers die voorbij zouden komen tussen 9 en 10 uur. Om 12 uur hebben we nog geen franse camper gezien en hebben dus maar besloten een kleine grensovergang van Libië te proberen om te kijken of we daar meer succes hadden. Volgens de kaart was er een mooie landweg langs de grens van Libië. Na 20 km zijn we toch maar terug gegaan. Het was namelijk amper een weg meer een zooi zand stenen en rotsen. Je kon er een maximum snelheid van 40 halen, wat zou beteken dat we zo’n 10 uur nodig zouden hebben voordat we weer asfalt tegen zouden komen. Via een route door de woestijn zijn we uiteindelijk toch beland bij de andere grens tussen Tunesië en Libië. We werden eerst nog aangehouden door een politie post. Die begreep niet veel van wat we kwamen doen, wij begrepen natuurlijk ook niets van hem. Hij nam onze paspoorten mee naar zijn kantoortje. Even later kwam hij weer naar buiten en liet ons dan toch maar door. Later arriveerde we bij de daadwerkelijke grenspost. Deze blijkt niet open te zijn voor iemand die niet uit Libië of Tunesië komt. De politie mannen waren wel blij dat er nog is iemand kwam dus die hebben nog genoten en gelachen om de bus. Na een half uurtje praten, lachen en roken (alleen Robbin) met de douane beambte zijn we toch maar weer terug gegaan. Onderweg nog 4 jongens meegenomen die gevoetbald hadden en anders nog 20 km moesten lopen. Eentje kon niet goed tegen de rijkunsten van Tim of misschien kwam het door de drop die we ze gegeven hadden, want hij moest toch even uitstappen om te spugen. Na weer een heel rustig plekje in de woestijn gevonden te hebben is de dag weer aan zijn eind gekomen.
A road to nowhere