Deze dag zijn we weer naar Tunis gereden om daar een Engelsman te ontmoeten die wel mee wilde naar Libië. We kwamen vroeg in de ochtend aan, maar hadden nog geen idee waar de Engelsman was. Op internet had hij een mailtje achter gelaten in welk hotel hij zat. Helaas was hij er niet dus hebben we Tunis bezichtigd en hebben het s’avonds nog een keer geprobeerd. Toen met meer succes. De Engelsman bleek een 28 jarige computer programmeur, genaamd Daniel en was alleen in Tunesië op vakantie. We spraken de af de volgende dag samen naar Tabarka te gaan. Tim ging nog even de stad in met Daniel en Robbin ging alvast slapen. We waren om 10 uur in 2 barren geweest, en wilde naar een andere lopen. Een manke Tunesier sprak ons aan en zei dat hij wel een leuke bar wist op 100 meter lopen. Na 500 meter vroeg ik of we niet al te ver waren gelopen want mijn honderd meter waren al op. Nee nee nog honderd meter. Nou na die honderd meter waren we inderdaad ergens waar je bier kon bestellen. Voor de rest was er niks geen muziek, een paar ouwe mannen, geen vrouwen en erg klein. Dat was dus niks. We wilde zelf naar een andere bar lopen, maar hij wist nog een bar wat we wel leuk zouden vinden. Op ongeveer honderd meter. Dit keer was deze honderd meter, van de manke Tunesier, iets van 2 kilometer. Alleen in deze bar bleek niemand te zijn. Hij wist nog een andere maar daar mocht hij alleen heen van ons. Toen begon die te zeuren over geld, dat had hij nodig want hij had geen werk de laatste drie dagen omdat hij door zijn enkel was gegaan. Toen begon die nog over god, dat hij hoopte dat god het me zou vergeven omdat wij niks gaven. Even verderop werden we weer aangesproken, dit keer door twee tunesiers die wisten nog wel een bar. In dit barretje hebben we 1 bier gedronken tussen allemaal Tunesiese mannen. Ze hebben ons nog wat Arabische geleerd. We moesten wel hun drinken betalen en ze wilden eigenlijk nog meer drinken maar dat ging dus niet door. Het duurde wel lang voordat weg konden maar het is wel gelukt.

Dagelijks tafereeltje.