In de stad is ook een grote oorlogsbegraafplaats van de WOII. Deze was erg groot en indrukwekkend. Er waren zo’n 400 graven van Duitsers, Engelsen, Polen, Libanesen, Sudanesen en enkele andere landen. Naast de begraafplaats was ook een kasteeltje met een gedenk monument erin. Deze werd bewaakt door een klein jongentje en meisje met de sleutel. Met deze poortwachtertjes en onze privé gids gingen we nog even op de foto. Na het uurtje konden we de passporten ophalen en hebben we nog een broodje gegeten in het Hotel. Iedereen bedankt en op weg gegaan naar de Egyptische grens.
Op de grens reden we verkeerd en het bleek dat we eerst onze Arabische nummerborden nog in moesten leveren. Geen probleem een aardige man reed even met ons mee om de weg te wijzen. Hij bracht ons naar mr. Mohammed. Mohammed heeft ongeveer 2 uur met ons heen en weer gereden om te zorgen dat de kentekenplaten op de goede plaats terecht kwamen. Het was heel gezellig met Mohammed. Zo moesten even koffie met hem drinken, wat we allebei niet lusten. Nog een Geluk dat ze in Libië koffie drinken met extreem veel suiker. Ons campingboek van Europa vond hij erg interessant. Hij begreep alleen niet helemaal hoe het nou zat met de foto’s van de naturistencampings. Nadat de kentekenplaten afgeleverd waren ging Mohammed ook nog wel even met ons mee over de Libische grens.
Dit was erg makkelijk, bij de grens stonden namelijk flinke rijen met auto’s, maar voor ons werden hekken opengemaakt zodat we om de rijen heen konden rijden. Natuurlijk wel heel asociaal tegenover al die wachtende mensen, maar aan de andere kant erg leuk. Bij de custom control moest iedereen zijn auto leeghalen en laten zien wat er allemaal in zat. Wij moesten de auto daar 1 seconde parkeren en toen was het goed, ze hebben niet eens in de auto gekeken! Dit was het einde van Libië, we namen afscheid van Mohammed en beloofde een kaart naar hem te sturen.
Aan de Egyptische grens zag een Douane beambte Robbin’s blanke gezicht en hielp hem gelijk door de passport controle. Na een betaling van 30 Dollar voor het visum werden we toegelaten in Egypte. Overigens weer door, met de Douane beambte, vooraan te gaan staan in een rij van zo’n 50 wachtende mensen. De sfeer aan de grens was anders dan in Libië. Een heleboel mensen met tassen vol spullen, een hoop geschreeuw en gedoe, maar ons ging alles nog voor de wind. Daarna kwam de auto, dit ging wat minder makkelijk. Het heeft ons anderhalf uur gekost om ons chassisnummer en motornummer te laten controleren. Daarna kon alles na betaling van 150 euro op ons grensdocument worden ingevuld. Tsjaa 150 euro hadden we niet contant en bij de grens is geen bank. Heel veel heen en weer geloop en gedoe lukte het ons niet het voor elkaar te krijgen. Bij het binnengaan van custom control raakte Robbin nog verzeild in een opstootje tussen burgers en de Douane. Gelukkig zag een Douanebeambte Robbin en trok hem ertussen vandaan. Dat is maar goed ook wat de Douane haalt flink uit met houten stokken!
De enige oplossing voor ons probleem, was de volgende dag met de taxi naar een dorp verderop om daar geld te gaan halen. Dat was wel een beetje een tegenvaller na al die Libische goedheid. Zeker ook omdat we dachten dat het met ons grensdocument niet veel meer zou kosten om de grens over te gaan. Er zat niets anders op dan bij de grens te blijven slapen en de volgende dag geld te gaan halen.

Onze gids en de poortwachtertjes