Om tien uur konden we onze auto’s ophalen van de boot. We besloten om met de vier bestuurders naar de boot te gaan en daar alle papieren rompslomp te gaan regelen. Het duurde vrijwel de hele dag om de auto’s Sudan binnen te krijgen. Nog wat problemen met het geld natuurlijk, maar om 5 uur waren we in het dorp met de auto. Ondertussen is Robbin nog naar de kapper gegaan voor een super korte coupe.Voor de rest bestond de dag uit wachten. Ongeveer de helft van onze groep had nog een stempel voor in het paspoort nodig, en de immigratiepolitie was al gesloten en zou pas over twee dagen weer open gaan. Gelukkig voor zijn ze toch nog speciaal voor ons open gegaan om ons de stempels te geven. Na twee dagen in een hotel geslapen te hebben, konden we eindelijk weer in onze eigen bedje gaan liggen. Die van ons zijn duidelijk beter, want dit hotel had waarschijnlijk niet al teveel sterren.
We wilden een stukje de stad uitrijden om te gaan slapen. Na een half uur zijn we onze watertank verloren. Deze zat onder de auto, maar hing een beetje laag en het zand werd hem te veel. We hebben besloten daar maar gelijk te stoppen om ons kamp op te zetten. Na het eten heeft Cillian alvast een begin gemaakt van Tim zijn kale kop.
Vage beesten in de woestijn.