We kunnen eindelijk onze tocht weer voortzetten richting het zuiden. S’ochtends heeft eerst iedereen de auto weer in orde gemaakt voor de moeilijke rit die er voor ons te wachten stond. De 300 kilometer naar Dongola zouden de moeilijkste kilometers worden. Dus het was afwachten hoe de dag zou lopen. Na ongeveer een half uurtje rijden kwamen we voor het eerst vast te zitten. We zijn er uitgetrokken door een van de Jeeps waarmee we meerijden. Na 5 of 10 min. konden we onze weg weer voort zetten en maar hopen dat dit niet al te vaak zou voorkomen vandaag. We hebben de hele dag met een snelheid van zo een 30 kilometer per uur gereden. Onderweg is wel het een en ander kapot gegaan. Eerst is onze imperiaal op sommige plaatsen los gekomen, vandaar hebben we de reserve banden van het dak gehaald en in de auto gegooid. Terwijl wij daarmee bezig waren hadden de Ieren ook wat pech, ze hadden een lekke band. Omdat wij de langzaamste waren zijn wij alvast weer doorgereden. Onze kastdeur heeft het nu ook begeven en ook onze kookspullen zijn door de bus gerold. Allemaal door de slechte weg(de weg was eigenlijk weg) waar we overheen reden. Na twee uur waren we nog niet ingehaald dus zijn we maar wezen wachten op de andere. De Ieren bleken nog meer pech gehad te hebben na een kilometer rijden na het verwisselen van de band was er nog een andere band lek gegaan, dubbel pech voor hen. Om zes uur hebben we een plek gevonden om te slapen. Onze Dag teller stond op 162km en we zijn wel 2 auto’s tegen gekomen vandaag. Esther heeft s’avonds de kale kop van Tim afgemaakt.
Ons kamp in de woestijn.