Na een nacht geluisterd te hebben of de hyena’s dichter bij zouden komen, waar wij op hoopten en de mensen in de tent waarschijnlijk iets minder. Hebben we een ontbijtje gegeten en zijn wij maar iets eerder vertrokken dan de rest. Dit keer niet veel eerder omdat we we vlakbij het meer waren waar we zouden gaan kijken. Na tien minuten rijden moesten we weer een helling oprijden met flinke keien en drempels. Tim probeerde dit in een keer te halen door een beetje gas te geven maar dit was een te onwijs en de bus begon te stuiteren. We hoorde een knal en zagen dat er een band kapot was. Deze was met zijn zijkant tegen een scherpe en grote kei aangekomen. Op de positie waar die stond was het onmogelijk om het wiel te verwisselen. Met de hulp van de andere en de lier (hielp een klein beetje) konden we hem iets verderop krijgen waar we de band konden omruilen voor een 14 inch. We hebben nog maar drie van de vijf 15 inch banden over. En nog wel vijf 14 inch banden dus dan maar een 14 inch. Na niet al te lange tijd konden we verder rijden naar het meer. De weg was hier nog niet veel beter en omdat we niet dichtbij het meer konden komen besloten we om maar verder naar het zuiden te rijden. We hebben namelijk nog maar een paar dagen Kenia uit te rijden.
s’Avonds net voor dat het donker werd zijn we in een dorp aangekomen waar de twee Ierse auto’s al een uurtje waren. In dit dorp hebben we bij een hotel wat gegeten en geslapen.
Dat ziet er niet zo heel best uit.